Lees!

Je hebt natuurlijk de non-verbale communicatie. Die schijnt nogal veel uit te drukken. Maar ik prefereer verbale taal. Liefst geschreven.

Ik ben een beroepsouwehoer. Ik kan urenlang met mensen praten over elk gewenst onderwerp. Ik heb natuurlijk mijn grenzen. Over voetbal, auto’s en het ontduiken van belastingen is mijn fantasie beperkt.

Mocht iemand zo’n onderwerp ter sprake brengen, dan grijp ik terug op mijn herinneringen. Inderdaad, ik heb wel eens gevoetbald, ik heb wel eens in een auto gezeten en van accijnzen op drank en tabak heb ik ook wel eens gehoord. Je kunt met een geïnteresseerd persoon ook uitstekend praten over dropjes. Smaak, uiterlijk, momenten, sociologie, het Nederlandse eraan en waarom. Wat echt moeite kost is om te praten over dingen waar ik in het geheel geen verstand van heb en geen enkel terrein kan vinden waar het mij onbekende onderwerp iets van mijn beperkte kennis raakt. Spirituele mensen roepen bij mij paniek op, bijvoorbeeld. Aardige mensen, daar niet van, soms zelfs aantrekkelijk, maar ik begrijp op geen enkele manier waar ze het over hebben. Ik zal met alle kracht proberen een onderwerp te vinden waarbij ik niet beledigend hoef te zijn.

Toen ik nog blowde, heb ik vaak esoterische gesprekken gevoerd met medegebruikers. Dat leek heel wat op dat moment. Het ging over de zin van het leven en hoe je die ten eigen nutte kon gebruiken. Ik heb behoorlijk gezweefd. Mooie tijden, daar niet van, maar ik begrijp er nu niets meer van. Nu is het aardige dat hasjiesj schrijftaalkundig weinig oplevert. Misschien poëtisch, zoals Baudelaire, maar voor goed proza is het zelden nuttig. Drank, mits met mate toegediend, daarentegen is goed voor het schrijven. Dit zijn natuurlijk privé-ervaringen en u mag mij gerust tegenspreken, maar waarom zou u, want u hebt nooit geïnhaleerd en u bent geen zuiplap.

Lezen is voor mij een rusthouding. Als er iets te lezen is, is het mij onmogelijk om ongelukkig te zijn. In tijd van nood zijn er folders, ridicule tijdschriften en opschriften op gebouwen. Als het om letters gaat, ben ik altijd geïnteresseerd.

Ik werd veel voorgelezen in mijn jongste jaren. En er werd ook veel tegen me gepraat. Dat is goed voor de taalontwikkeling. Het schijnt dat ik voor mijn derde alle letters kende en dat ik op mijn derde kon lezen. Dat was de schuld van mijn vader die een abonnement op de Donald Duck had genomen. Officieel voor mij, maar hijzelf was ook een liefhebber. Als ik ’s nachts wakker werd en geen slaap meer had, sloop ik de huiskamer in en ging op de grond liggend de Donald Duck bekijken. Die plaatjes vond ik amusant, maar die geheimzinnige tekentjes vond ik belangwekkender. Op een of andere manier heb ik mezelf zo leren lezen.

Op de lagere school kregen we klassikaal lezen. Degene die de beurt had las een stukje, dan de volgende leerling en ga zo maar door tot het boekje uit was. Als een medeleerling zich met moeite door een halve bladzijde had geworsteld, had ik er tien gelezen. Wanneer ik onverhoeds de beurt kreeg, sloeg de paniek toe, want ik had geen benul van waar we waren in het verhaal. Zo heb ik leren multi-tasken. In mijn eigen tempo doorlezen en tevens in de gaten houden waar de voorlezer zich tekstueel bevond.

Dat snelle lezen had nadelen. Op gegeven moment had ik alle jeugdboeken van de parochiebibliotheek voor mijn leeftijdsklasse gelezen. Je werd toen niet geacht boven je leeftijd te lezen. Dat waren de tijden dat er een boekcategorie bestond die ‘strikt voorbehouden aan volwassenen’ werd genoemd. Aan onze parochie was ene kapelaan Sambeek verbonden. Hij was regelmatig bij ons thuis en had wel smul in de kleine wijsneus die ik was. Zelf een fervente lezer, begreep hij dat je leeshonger altijd moet stillen en hij schreef een briefje voor de bibliothecaresse, waarin hij toestemming gaf dat ik ook boeken in hogere leeftijdscategorieën mocht lezen. Een geestelijke had in die tijd altijd gelijk.

Het is trouwens een misverstand om te denken dat kinderen alleen boeken mogen lezen die ze begrijpen. Als je een niveau hoger wil komen, moet je ook iets lezen dat een niveau hoger ligt. Altijd zijn er mensen geweest die willen weten wat er achter de heuvel ligt. Die weg willen uit de hun bekende omgeving. Die willen weten wat nieuwe woorden betekenen.

Mijn opa was journalist en daarom kreeg hij vaak recensie-exemplaren van boeken. Op een keer ontdekte ik op zolder een boekenkastje met jeugdboeken. Die las ik allemaal, of het nu jongens- of meisjesboeken waren. Jongensboeken waren spannend en meisjesboeken vrolijk. Beide soorten liepen altijd goed af, iets dat nog steeds mijn voorkeur verdient, want je hebt geen boeken nodig om te weten dat de wereld niet deugt.

Als we op vakantie gingen, werd ik lid van de plaatselijke bibliotheek en las drie boeken per dag, buiten een volledig vakantieprogramma. Maar weinig jeugdboeken hadden in die tijd literaire aspiraties. Dat scheelt in het leestempo. Stilistisch doordachte boeken vragen nu eenmaal meer tijd. Series werken ook goed. Een duidelijk format spaart tijd. Je weet wie de hoofdfiguren zijn. Je had bijvoorbeeld de Bob Evers-serie. Bob Evers is een Amerikaan, dus wereldwijs en technisch onderlegd. Zijn Nederlandse vrienden Jan Prins en Arie Roos zijn respectievelijk zuinig en bourgondisch. Met zo’n driemanschap is de ellende altijd beperkt, zeker als de boeken titels hebben als Heibel in Honoloeloe, Bombarie om een bunker en Hoog spel in Hong Kong. Met alliteraties loopt het meestal goed af.

Mijn geliefde schrijver rond mijn negende was Daan Zonderland. Zijn serie over Jeroen (toen nog een bijzondere naam) en Hazevoet de kabouterkoning, heb ik op mijn vijftigste nogmaals gelezen en het was nog steeds briljant. Het is een zeldzame combinatie van magie en absurde humor. En nog spannend ook! Jeroen zelf is een beetje saai, Kuifje-achtig, maar de bijfiguren zijn van een apart slag. Mijn favorieten zijn Isidoor de Ezel en Kees de Schildpad, bijgenaamd Kees de Kankeraar. Beiden zijn dichter en hongerlap, een vruchtbare combinatie. Het geeft Zonderland, de beste nonsensdichter van het Nederlandse taalgebied, de gelegenheid rijmen te bedenken als: Hier woont Ezeltje Isidoor, maar nu staat er een schutting voor. Ouders, doe u en uw kind een genoegen en schaf alle Jeroenboeken van Daan Zonderland aan. Lees het uw koter voor en u beiden wordt gelukkig. Te vervolgen met Professor Zegellak, nog absurder. Die krijgt bijvoorbeeld een prentbriefkaart van zijn eigen fata morgana, ik bedoel maar. Zonderland heeft een waarschijnlijk steeds kleiner wordende groep bewonderaars. Hij wordt verwijderd uit nieuwe drukken van bloemlezingen. Een ernstige zaak.

Er zijn ook boeken die oorspronkelijk voor volwassenen geschreven zijn, maar afglijden tot de status van jeugdlectuur. Een goed voorbeeld zijn de boeken van Karl May. Hij was van oorsprong oplichter, maar hij schoolde zich om tot schrijver van romans, per slot de sublimatie van oplichterij. Hij is de uitvinder van Winnetou en Old Shatterhand, de absolute helden uit mijn jeugd. Achteraf zijn het kwallerige types: Old Shatterhand is een arrogante wijsneus die in alles uitblinkt, of het nu paardrijden, scherpschieten, vuistvechten, het besluipen van een vijand of het bedenken van slimme strategieën is. Winnetou is daar ook erg goed in en bovendien is hij onmenselijk nobel. Old Shatterhand is overigens ook erg nobel, omdat hij een Duitser is en een vroom christen. Winnetou gaat helaas dood, maar op zijn sterfbed geeft hij toe dat hij christen geworden is. Dat heb ik Winnetou behoorlijk kwalijk genomen, maar voor de rest was hij voor mij het ultieme rolmodel. Mijn vriend J. was Old Shatterhand en ik was Winnetou en samen beleefden wij op onze zolder belangrijke avonturen. Jongens schijnen behoefte te hebben aan superhelden. De anti-held is voor een latere leeftijdsklasse.

Mijn vader had een kast vol boeken. Weinig romans, die zijn tenslotte maar verzonnen, maar veel boeken die tegenwoordig onder de categorie non-fictie vallen. Voornamelijk over kunst. Het vervelende van kunstboeken is dat er vooral geneuzel in staat. Ik beperkte me dus tot de onderschriften van de plaatjes. Mijn vader was een self-made man. Zijn vader besteedde weinig aandacht aan hem en hij moest zijn educatie zelf ter hand nemen. Hij had de gewoonte als hij een nieuw woord tegenkwam, dat op een paar papiertjes te schrijven en het in diverse zakken van zijn kleding te stoppen, opdat de nieuwe informatie snel beklijfde. Een ander onderdeel van zijn zelfontwikkeling was de aanschaf van een encyclopedie. Voor de jongere lezers: dat is een gedrukte Wikipedia, geschreven door mensen die ervoor hebben doorgeleerd. Ik had zelf een eigen encyclopedie, Ik weet het, voor de jeugd. Die was verlucht met kleurenplaatjes, te verkrijgen met punten van Blue Band (uit te spreken als bleu band), een uiterst smerig broodsmeersel. Voor de productie ervan is de walvissenstand gedecimeerd. Ik weet het had helaas maar zeshonderd bladzijden, dus toen ik die uit mijn hoofd had geleerd, ging ik verder met de tiendelige Winkler Prins encyclopedie van mijn vader. Daar stonden allemaal woorden in waar ik nog nooit van had gehoord. Mijn stelling is dat een grote woordenkennis tot beter denken leidt.

Wanneer je je karakter moet vormen en dat is zo vanaf je twaalfde, schat ik, zijn boeken een ingrijpend hulpmiddel. Met de boeken die je dan leest, máák je jezelf. Als je niet leest, wórd je gemaakt, want dan heb je geen tegenwicht voor de woorden die om je heen gonzen. Je steelt de zinnen van de boeken om als bouwstenen te dienen voor je persoonlijkheid. Zonder stelen kan het niet, want wat je gegeven wordt door je omgeving is niet altijd naar tevredenheid. Met stelen bedoel ik niets negatiefs. Je moet wel. Je bent nog niet in staat om alles zelf te verzinnen.

Dan krijgt het lezen, dat eerst uitsluitend ter amusement of tijdverdrijf diende, een serieuzer karakter. Een goede overstap zijn de werken van de terecht vergeten schrijver Hubert Lampo. Die schreef magisch-realistisch. De komst van Joachim Stiller is zijn bekendste werk. Ik kan me er niets van herinneren, behalve dat het erg geheimzinnig was en er allerlei verwijzingen naar Jezus waren. Een roman voor zoekende jongeren, las ik laatst. Een ander werkje om mee te beginnen was Philip en de anderen, ook erg geschikt voor de getormenteerde puber. Het is geschreven door de onterecht nog niet vergeten Cees Nooteboom. Nu kom ik nog niet door de eerste bladzijde van dat soort boeken heen, maar als jongeling had ik behoefte aan iets dat ik niet begreep, waar ik moeite voor moest doen. Mijn leestempo zakte aanzienlijk. Elk woord kon een verborgen betekenis hebben en dan heb je niets aan snellezen.

En dan ga je bijvoorbeeld Camus ontdekken of Kafka. Dan merk je dat je eigen wereld altijd klein zal blijven, maar dat je door lezen jouw wereld op zijn minst virtueel kan vergroten. Je komt naargeestige gebieden tegen, dromerige, luchtige, hermetische en hilarische. Exotische, dorpse en verlaten gebieden. Benauwende en verlokkende. Lezen is in essentie escapisme. Dat is niet negatief. We zijn natuurlijk een gevangene van onze eigen hersens en omgeving. Van omgeving kan je veranderen, maar je hersens neem je met je mee. Door lezen kan je die veranderen en vergroten. Je moet wel opletten welke boeken je kiest. Het moet wel een beetje bij je passen. Een geestelijk labiele jongeman moet geen Nietzsche gaan lezen. Het kan leiden tot hoogmoedswaanzin. (Meisjes dienen Nietzsche sowieso te vermijden. Hij was bang voor vrouwen.) Goethe heeft eens een boek geschreven, Die Leiden des jungen Werthers, over de zelfmoord van een supersensitieve jongeman. Het boek veroorzaakte een golf van zelfmoorden in Europa. Maar er zal natuurlijk ook een grote groep lezers geweest zijn die gesterkt werd door het feit dat iemand anders ook zo gevoelig was.

Ik herlees wel eens een boek dat ik vroeger erg goed vond, Nooit meer slapen van W.F. Hermans bijvoorbeeld. Waar ik vroeger meegesleept werd door de diepe gedachten van de schrijver, bots ik nu op de houterige stijl van schrijven en de gedachten vind ik nu aanstellerij. Dat ligt niet aan Hermans, dat ligt aan mij. Op een enkel boek na, kom ik niet door Mulisch heen. Gerard Reve is de meest overschatte schrijver van Nederland en Wolkers is vermoeiend. De romans van Grunberg zijn niet voor mij geschreven. Vindt u nou niets leuk in de Nederlandse literatuur, geborneerde schrijver dezes? Jazeker wel. We hebben twee grote schrijvers: Karel van het Reve en Gerrit Krol. Van het Reve is een briljant leuteraar, die genadeloos de domheid van de wereld blootlegt. Hij schrijft met opgetrokken werkbrauwen. Iemand, zelf hoogleraar Slavistiek, die kan aantonen dat literatuurwetenschap voornamelijk uit lariekoek bestaat, dat die nog geeneens in staat is om goede en slechte literatuur te onderscheiden en dat betreffende wetenschappers zelf niet kunnen schrijven, zo iemand kan ik keer op keer herlezen.

Gerrit Krol is het tegenovergestelde van een leuteraar. Als ik Krol lees, gaat mijn leestempo op de langzaamste stand. Krol probeert in zijn romans niet zozeer een verhaal te vertellen, als wel de mogelijkheid te scheppen dat de lezer zijn eigen verhaal maakt. Dat klinkt ingewikkeld en dat is het ook. Hij schrijft over denkprocessen en logische problemen. Zelfs als Krol over relaties schrijft, gaat het over de mogelijkheden van het denken. Een roman van Krol is tevens essay en dichtbundel. Zelfs het gebruik van illustraties schuwt hij niet. Een geniaal schrijver. Je moet er wel moeite voor doen.

Hoewel stilistisch tegenpolen hebben deze twee veel gemeen: allebei zijn ze rationeel, ze hebben een hekel aan humbug, ze formuleren precies, zijn tegendraads en ze lijden op latere leeftijd aan Parkinson. Op dat laatste na zijn ze voorbeelden voor mij.

Eigenlijk hou ik niet meer van moeite doen voor boeken. Ze moeten maar moeite voor mij doen. Vandaar dat ik tegenwoordig voornamelijk thrillers, detectives en zelfs fantasy lees. En veel daarvan zijn verdomd goed geschreven en ze zijn nog spannend ook.

Wees lief voor uw hersens: lees!

 

P.S. J.D. Salinger is ook erg goed!

Rubriek(en): Missive, Taal- en LetterkundeTags: , , , ,

Nog geen reactie, laat uw stem beneden horen!


Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Reactie *
Name *
Email *
Website

Let wel!

Natuurlijk kunt u op dit artikel reageren. Helaas kijken wij eerst of uw reactie voldoet aan onze eigenzinnige maatstaven voor stijl en inhoud. Wij schuwen de kritiek niet, mits goed geformuleerd en onderbouwd. Ook sluiten wij een weerwoord niet uit.

Alvast bedankt.