Bewuste chaos

Op dit moment schijnt de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo veel succes te hebben met haar boek ‘Does it spark joy?’ In de Nederlandse vertaling heet het ‘Opgeruimd’. Ik heb dat boek natuurlijk niet gelezen, maar ik heb gehoord dat ze je opdraagt bij elk voorwerp dat je in huis hebt aan je zelf te vragen of het iets oplevert voor je welbehagen. Haar idee is dat je van minder gelukkiger wordt.

Die vraag is alleen zinnig als je een volmaakt gelijkmatig karakter hebt, dat altijd hetzelfde reageert op een situatie. Wellicht een boeddhistisch ideaal, het vermijden van chaos.

Ik weet niet hoe fanatiek Marie is, maar als ze verstandig is, tolereert ze op zijn minst het Bakje. Het kan ook het Schaaltje zijn. Of Kommetje. De meeste huishoudens hebben ze. Dat is dat bakje waar twee paperclips in liggen, een nog ongebruikte postzegel en een doosje met nog twee mondverfrissers. Soms ook wat kleingeld dat uit een broekzak is gevallen, een Ikea-potloodje en een onduidelijk voorwerpje van plastic dat ongetwijfeld een belangrijk onderdeel van iets is, maar het iets zijn we vergeten. Dan is natuurlijk ook het Vaasje waar alle schrijfdingen in staan, aangevuld met een schaartje, een briefopener, een spanningszoeker en een tornmesje. De logica is duidelijk, want het zijn allemaal langwerpige voorwerpen.

Ik ga ver in die dingen. De ongelukkigen die wel eens bij mij op bezoek zijn geweest, weten dat er op mijn tafel allerlei stapeltjes liggen met papieren van velerlei functie. Reclame, knipsels, Belangrijke Brieven van de Belasting en veel papiertjes met aantekeningen die misschien ooit eens kunnen leiden tot een aardig stukje in dit tijdschrift. Boven mijn tafel is een schoorsteen met voorwerpen die van pas kunnen komen, zoals zout en peper, een potje suiker, een busje vitamines voor de vijftigplusser en twee geheimzinnige moertjes, waarvan het me al heel lang niet te binnen wil schieten waar ze ook alweer voor dienden.

En dan heb ik nog alleen maar over de huiskamer. Ik heb ook nog diverse opslagruimtes, die verre van georganiseerd zijn. Als Marie bij me op bezoek zou komen, zou ze zeker weten met een zeer ongelukkig mens van doen te hebben. Natuurlijk is het mogelijk en zelfs waarschijnlijk dat er nog een kuubje naar het milieupark zou kunnen. Maar het is net zo waarschijnlijk dat ik dan een week daarna die flexibele luchtafvoerbuis nodig zou hebben voor bijvoorbeeld een project. Dus die bewaar ik. En die doos met handgesneden houten doosjes met dekseltje gaat nog niet weg. Je weet maar nooit. Beter ermee verlegen dan erom verlegen, zoals de oude wijze boer sprak.

Regelmatig kom ik dingen in mijn huis tegen, waar ik niet van wist dat ik ze had. Laatst ontdekte ik ‘Ons Gezinsboek’. Dat is een boek dat mijn vader is aangeboden op zijn 28e verjaardag, toen hij al een tijdje met mijn moeder verloofd was. De uitgever had de volgende wens: “Mogen de herinneringen die in dit gezinsboek worden opgetekend, spreken van een diep gelukkig huwelijksleven, vreugdig in lief en leed, waar man en vrouw – elkaars heiliging en geluk en dat van hun kinderen kennen als hun hoogste levensdoel.”  In feite is het een soort album van te voren al ingedeeld in hoofdstukken als: ‘ons ouderlijk huis,’ ‘voorbereiding op ons huwelijk,’ ‘instructies over het huwelijk’ (drie sessies met de pastoor) en ‘de familieleden en verdere bruiloftsgasten.’ Het is volgeplakt met foto’s en ik begrijp niet waarom mijn ouders zulke mooie mensen waren, terwijl de rest van de familie spuuglelijk was. Het laatste dat mijn vader in het boek noteerde, was mijn geboorte en dan houdt het op.

Het is duidelijk dat ik zo’n boek niet wegdoe. Er staat geen enkele herinnering van mijzelf in en toch heeft het mij te maken. Maar als ik een doos vind met glazen stolpen, dan herinner ik me dat mijn overleden vriend Herman die voor mij heeft gekocht in de 1001-dingenwinkel. Ook zonder die spullen zou ik een identiteit hebben (hoewel ik niet precies weet wat dat is) maar die spullen onderstrepen mij. Met nuttige dingen heb ik niets. Die horen niet bij mij. Of het moet iets zijn dat maar weinig mensen hebben, zoals een zesteur, ook wel sambaltrekker genoemd. Nuttige dingen zijn vervangbaar. Omdat de oude het niet meer deed, moest ik laatst een nieuwe wasmachine kopen. Zeer geavanceerd: je kunt er met een smartphone mee communiceren. Het nut ontgaat mij, maar toch. Ik voel geen enkele blijdschap met de aanschaf van dit verdienstelijke voorwerp. Het heeft nog geen verhaal.

Verhalen gooi je niet weg, dingen die misschien nog eens een keer nut kunnen hebben ook niet. Overbodige dingen waar ik een ander gelukkig mee kan maken, wachten op hun nieuwe eigenaar. Met behulp van een sympathiek iemand ga ik binnenkort eens opruimen. Maar zelf verwacht ik er niet veel van. Sorry Marie.

Rubriek(en): De MensTags: , ,

Nog geen reactie, laat uw stem beneden horen!


Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Reactie *
Name *
Email *
Website

Let wel!

Natuurlijk kunt u op dit artikel reageren. Helaas kijken wij eerst of uw reactie voldoet aan onze eigenzinnige maatstaven voor stijl en inhoud. Wij schuwen de kritiek niet, mits goed geformuleerd en onderbouwd. Ook sluiten wij een weerwoord niet uit.

Alvast bedankt.