De schrijver schrijft

Ik moet beginnen met een bekentenis. Als een geliefd persoon dood gaat, is mijn eerste gedachte dat ik een grafrede moet schrijven. Een normaal mens gaat eerst een tijdje verdrietig zijn voor hij of zij enige daadkracht gaat ontwikkelen, maar bij mij ligt dat dus anders. Ik wil een verbaal...

Lees meer

Sodeknetter

Door omstandigheden kijk ik tegenwoordig vaak televisie. En dan is het haast onvermijdelijk dat je wel eens wat reclame meeneemt. En daar hoor ik de onnavolgbare stem van Peer Mascini die bij een wijnvoordeelspot uitroept: ‘Sodeknetter, wat voordelig!’ Dit raakt mij. Ik word er vrolijk van. Sodeknetter is een koesterwoord. Knetter op zich is al fijn. Het kan verwijzen naar een ratelende scheet, het menselijke hoofd (kale knetter) en naar gekte.

Lees meer

Pluralia tantum

Ik was laatst met een paar mensen voor een dronken weekje in de Ardennen. Het is vrijwel altijd slecht weer daar, dus de beste manier om te overleven is genotsmiddelen gebruiken. In zo’n roes overviel mij het verpletterende inzicht dat er geen één Arden was. Je schijnt te kunnen zeggen: kijk daar is een Alp, maar je zegt niet dat de ene Arden hoger is dan de andere. De Ardenners zelf zullen wel een plaatselijke naam hebben voor elke zich onderscheidende verhoging. Maar echte bergen zijn het niet en in het Frans is het gewoon enkelvoud Ardenne.

Lees meer

Souzemangels

Geachte lezer, kent u het woord souzemangel? Als u ja zegt, bent u mijn broer. Mijn vader bezigde dit woord als hij het had over slechte tanden. ‘Brr, die heeft een stel souzemangeltjes!’ Ik heb dat woord altijd beschouwd als iets dat niet tot het normale taaleigen van een Nederlander behoort, maar ook niet iets dat mijn vader zelf had bedacht. Ik kende ook rare woorden als attenooie, bijgoochem, leplazerus, vinketering, achenebbisj, jajem, geteisem en hoteldebotel. (Aquaduct kwam later.) Mijn Hagenese opa van moeders kant was behalve brillenslijper ook handelaar.

Lees meer

Stadsdichter

Mijn beroepsambities hebben zich sinds mijn jeugd in een dalende lijn bewogen. Ik begon met het ambt van Paus. Ik was toen vier. Het leek me wel wat dat als je op de radio iets zei de mensen thuis gingen knielen. Tenminste, mijn moeder deed dat als de Paus de zegen Urbi et Orbi (voor de stad en voor de wereld) uitsprak. Et benedictio Dei omnipotentis: Patris et Filii et Spritus Sancti descendat super vos et maneat semper. Dat werd half gezongen en daarna kwam er een wereldwijd dito ‘Amen’ als antwoord. Van te voren had de Paus een toespraak gehouden in het Italiaans waarin hij vertelde dat hij erg voor vrede was of tegen niet-functionele seks. Dat je zo’n invloed op mensen kon hebben, dat leek mij wel wat.

Lees meer

Het geschenk van de ouders

Het voortbrengen van kinderen is een natuurlijke zaak en dient geaccepteerd te worden, hoewel niet aangemoedigd. Ons DNA wil zich voorplanten en het schijnt grote wilskracht te vereisen om daar niet in mee te gaan. In voorkomende gevallen is het kind gewenst en is men in blijde verwachting. In deze blije tijd is er veel te doen, zoals het inrichten van een babykamer, het aanvragen van de Blije Doos en het bedenken van een naam voor de aanstaande wereldburger. Die kinderkamer lukt wel en die Doos ook, maar het bedenken van een naam is geen gemakkelijke zaak.

Lees meer

Lees!

Je hebt natuurlijk de non-verbale communicatie. Die schijnt nogal veel uit te drukken. Maar ik prefereer verbale taal. Liefst geschreven. Ik ben een beroepsouwehoer. Ik kan urenlang met mensen praten over elk gewenst onderwerp. Ik heb natuurlijk mijn grenzen. Over voetbal, auto’s en het ontduiken van belastingen is mijn fantasie beperkt.

Lees meer