U bent hierHome / De aard van het beest
De aard van het beest
Voor mij geen hond met kwispelstaart
En ook geen kat die zo verhaart
Het ene dier de zonde waard
Een paard, meneer, een paard
Voor mij geen vissen met een zwaard
En ook geen apen met een baard
Maar wel een dier zo fijnbesnaard
Een paard, mevrouw, een paard
En ook geen koe met strippenkaart
Of adelaar uit Slotervaart
Geen dier is er zo rechtgeaard
Een paard, mijn kind, een paard
En als ik ga ter hemelvaart
Want ik ga dood, liefst hoogbejaard
Dan is slechts één beklagenswaard
Mijn paard, Mijn God, mijn paard
Johan Horsch
(uit de bundel ‘Alle dieren tellen mee’)