U bent hierHome / Frans Haks (1938-2006)
Frans Haks (1938-2006)
Eloy BGM Everwijn
Ik heb in een grijs verleden welereis kunstgeschiedenis gestudeerd. In Utrecht. Eén jaartje maar, het moest niet te gek worden met de wetenschap. Moderne kunst kregen we van Frans Haks, een flamboyante, scherpe en heel aardige man. Hij liet ons een dia zien en dan moest een van ons vertellen wat hij zag. Dat lijkt gemakkelijker dan het is, want de neiging tot interpretatie zit er diep in. Zo gauw we iets zeiden dat leek op duiding, greep Frans in. Vertellen wat je ziet en niet vertellen wat je denkt. Interpretatie kan altijd nog. Van hem heb ik leren kijken.
In het kader van zijn lessen moesten we ook een werkstuk maken. Een grote ellende, want het ging over conceptuele kunst en daar had ik toen nog geen enkele voeling mee. Hij was niet beroerd om te helpen en daarom werd ik en de jongen met wie ik het werkstuk moest maken ook een keer bij Frans thuis uitgenodigd. Zo’n inrichting had ik nog nooit gezien. Hij woonde samen met zijn vriend Johan, die toen conservator van het Leerdams glasmuseum was. Johan verzamelde empiremeubels en Frans high tech en aanverwante artikelen. Die botsende stijlen hadden zij tot een fascinerend geheel gesmeed. In de slaapkamer bijvoorbeeld stond een prachtig sierlijk bed dat uitzag op een neonkunstwerk van François Morellet. In de slaapkamer zijn romantiek én techniek belangrijk.
Hij is nog eens op een verjaardag van mij geweest. Hij nam een prachtig kunstboekje van Edward Ruscha, ‘Crackers’, voor mij mee. Hij vond mij een aantrekkelijk jongetje, want hij vroeg of ik met hem meeging. Dat vond ik op een eigen verjaardag niet zo gepast. Ik heb wel met hem gezoend. Hij zoende lekker.