U bent hierHome / Slaan

Slaan


02 Mei 2004

Cees 't Hooft

A: Het geluid van één klappende hand heeft mij nooit bevallen.

B: Je moet er goede oren voor hebben.

A: Het is alleen een beetje waaien.

B: Blinden zouden het kunnen horen.

A: Als het voor de rest erg stil is.

B: Windstil.

A: Twee klappende handen kan aardig zijn.

B: Als ze tenminste tegen elkaar klappen en niet in je gezicht.

A: Mijn vader sloeg altijd met één hand. Op de bips.

B: Deed hij dat vaak?

A: Zo eens in de maand. Hij zei dat ik er om vroeg.

B: En deed je dat ook?

A: Me dunkt! Een kind dat om slaag vraagt, dient uit de ouderlijke macht ontzet te worden.

B: En moeder?

A: Moeder was nooit boos, moeder was verdrietig.

B: Misschien onbedoeld, maar toch wreed.

A: En je kunt ze er niet op aanspreken.

B: Wellicht later, het huis uit zijnde.

A: Maar dan weten ze weer van niets.

B: Alles vergeten.

A: En ze hebben zo hun best gedaan.

B: Heer, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.

A: Het geluid van géén klappende hand is pas Zen.

‹ Het rugzakje   3 van 15
Stemmen winnen ›
Tags